walt disney strategie

een strategie voor de organisatie van creativiteit en vernieuwing

Walt Disney staat symbool voor succesvol zijn in creativiteit. Hij wist als geen ander hoe je creativiteit op grote schaal kunt organiseren en daarmee dromen om kunt zetten in realiteit.

Robert Dilts, een van de grondleggers van NLP, heeft onderzocht hoe Disney dit deed, en dat gemodelleerd in De Walt Disney Strategie. Deze strategie is zeer bruikbaar bij de ontwikkeling van projecten, plannen en organisaties.

De twee belangrijkste uitgangspunten van de Walt Disney Strategie zijn: 

1 alle disciplines denken mee, van begin tot eind
2 we kijken heel bewust vanuit verschillende perspectieven

Alle disciplines denken mee

Om perfecte plannen te bedenken en uitvoeren heb je zoveel mogelijk wijsheid nodig. En zoveel mogelijk perspectieven. Je wilt alle informatie boven water en van daaruit zo een goed mogelijk plan ontwikkelen.

Daarom doet in het ontwikkelproces iedereen mee, van begin tot eind. Alle disciplines moeten vertegenwoordigd zijn. Een scriptschrijver heeft net zo waardevolle kennis als een technicus, ze bekijken de wereld echter vanuit een ander (hun eigen) perspectief.

Door alle perspectieven vanaf het begin van het proces actief te betrekken, voorkom je tunnelvisie en gebruik je de wijsheid van de groep. Dan moet je er natuurlijk wel voor zorgen dat alle perspectieven aan bod kunnen komen. En daarbij kunnen we goed gebruik maken van de principes en technieken uit Deep Democracy.

Een bijkomend voordeel is dat mensen door hun betrokkenheid ook mede-eigenaar worden.

Kijken vanuit verschillende perspectieven

Disney leidde zijn team stap voor stap langs drie verschillende perspectieven: de dromer, de realist en de criticus. We hebben deze drie perspectieven allemaal in ons. Bij de één is de ene wat meer ontwikkeld dan de ander. Maar om een perfect product te maken hebben we ze alledrie nodig én: ze mogen elkaar niet in de weg zitten! Dus wordt er een strikt onderscheid gemaakt tussen de drie rollen in het ontwikkelproces.

Concreet betekent dat dat we eerst de droomfase ‘betreden’. In de dromenkamer moet vrij gedroomd worden, het ideaalplaatje wordt geschetst, zonder beperkingen. 

Vervolgens komt de realist-fase. Hier is de droom het uitgangspunt en gaan we bedenken wat er allemaal nodig is om de droom te realiseren (middelen, tijd, mensen, geld). Hier geldt dat kritiek niet toegestaan is, we moeten er vanuit gaan dat de droom gerealiseerd kan worden.

De laatste halte is de criticus. Hier nemen we ons eigen plan kritisch onder de loep. We organiseren als het ware onze eigen kritiek en gebruiken die vervolgens om de droom te herformuleren. Kritiek is dus de start van iets nieuws, iets beters.

Alle rollen zijn van belang: de dromer is nodig om ongekende, creatieve en nieuwe ideeën en doelen te genereren en te formuleren. De realist is nodig om je voor te stellen hoe die ideeën in de praktijk gerealiseerd kunnen worden. De criticus is nodig om de ideeën te toetsen, te filteren en te verfijnen. Ieder teamlid is zowel dromer, realist als criticus, in de verschillende fasen van het proces.

Vragen voor de Dromer

1. Wat willen we doen? 

2. Visualiseer de situatie alsof je doel helemaal is bereikt. Hoe ziet dit eruit? Ga net zolang door totdat het beeld helemaal aan je wensen voldoet, wat zie je om je heen, wat voel je en wat zijn je gedachten op dat moment.

3. Waarom willen we dit doen? 

4. Wat is de toegevoegde waarde en wat zijn de voordelen? 

5. Hoe weet je dat deze voordelen zijn bereikt? 

6. Waar brengt dit doel jou naar toe, wat is de bijdrage van het halen van dit doel aan jouw leven? 

Vragen voor de Realist 

1. Wanneer hebben we het doel gerealiseerd? 

2. Wie hebben we nodig, wie moeten hierbij betrokken worden, wie zullen erbij betrokken zijn. 

3. Wat hebben we nodig om dit doel te bereiken? En wat gaan we doen om dit te krijgen?

4. Hoe gaan we het doel, het idee implementeren. Wat is de eerste stap, wat is de tweede stap en wat is derde stap.

5. Hoe zorgen we voor een constante evaluatie en feedback zodat we weten of we op de goede weg zijn of niet?

6. Hoe zullen we weten dat het doel is gehaald?

Vragen voor de Criticus

1. Op wie heeft het behalen van het doel het meeste effect en zijn er mensen die dit idee kunnen maken of breken? 

2. Wat zijn de behoeften van deze mensen? 

3. Waarom zou iemand dit plan of idee kunnen verwerpen? 

4. Wat zijn de voordelen van de manier waarop het nu gaat?

5. Hoe kunnen we de voordelen van de huidige situatie behouden wanneer we ons nieuwe idee implementeren? 

6. Zijn er omstandigheden te bedenken waardoor we het nieuwe idee niet willen implementeren?

7. Wat hebben we nog nodig of mist er nog iets aan het idee? 

Alberdingk Thijmstraat 27
3532 VL Utrecht
post@robvandoggenaar.nl
06 2470 6216

No tags for this post.